zaterdag 30 april 2011

breitas



Vroeger, back in the seventies is dat, kregen meisjes breiles op school. Toen hadden we allemaal een plastic breitas, lang en smal en niet te groot. Nu vind je dat nergens meer. Dus voor diegenen die nood hebben aan een makkelijke tas voor priemen en wol, volgt hier een voorbeeld voor een breitas uit the tennies.

Makkelijk: Je begint met drie lussen.
En toedoen in de eerste lus.


Dan haak je in het cirkeltje 8 vasten.
Daarop allemaal dubbele vasten.
2de en 3de ronde: 1 vaste, 1 vaste, dubbele vaste, 1 vaste, 1 vaste, dubbele vaste, ... enz.
4de tot 6de ronde: om de vijf steken eentje vermeerderen
enz.
Hoe verder je van het centrum verwijderd bent, hoe minder je moet vermeerderen (ik weet dat het soms chinees klinkt, maar ik kan het niet beter uitleggen), je zal het begrijpen wanneer je je werk ziet evolueren.
Op den duur vermeerder je om de 11 steken, en af en toe haak je maar eens een ronde zonder te vermeerderen.
Je moet regelmatig je werkje eens plat leggen op de tafel om te zien of het niet bolt of bobbelt en dan pas je gewoon aan.

Wanneer je ziet dat de tas groot genoeg zal zijn, haak dan de volgende ronde met allemaal vasten.
De ronde daarna maak je de handvatten. Je haakt 15 lussen en zet die terug vast in de 13de steek. Vouw de cirkel eens toe met het handvat bovenaan en maak het 2de handvat op dezelfde manier en op dezelfde hoogte.
Daarna haak je nog eens twee volledige ronden en dan moet je enkel nog de losse draden innaaien.


Je zal zien dat aan de buitenkant je werk ietsje omhoog krult, dat mag.

Nu leg je je haakwerk op een stuk stof (een voering is nodig, want anders gaan je breinaalden, potloden, haakpennen ... erdoor vallen).
Je tekent de vorm af op de stof en knip dan die vorm ietsje kleiner uit dan aangegeven. Zorg dat je ter hoogte van de handvatten een klein beetje afbuigt. Uw voering komt tot net onder het handvat.



Dan stik je (of naai je met de hand) die voering vast. Gewoon erop leggen en aan elkaar naaien langs de rand.


Wanneer dat klaar is, plooi dan uw tas in twee met de handvatten naar boven en dan neem je een lange woldraad om links en rechts de 2 zijden aan elkaar vast te naaien. Niet helemaal tot aan de handvatten naaien, laat ongeveer 5 à 7 cm open.

Bloemetje erop (Ik zal volgende keer eens wat patroontjes geven voor verschillende bloemen), uw wol en priemen erin en dan kan je vanaf nu, in stijl, in de tuin breien zonder dat uw wol door het stof en aarde rolt :)

donderdag 21 april 2011

zomerjurkje


Maat: 3 jaar
Woldikte: 4 (Wibra-wol) Half bolletje ongeveer.
Los gehaakt.
En een lap stof.

Haak om te beginnen 68 lussen. Los haken want dat moet een beetje rekken.
Haak de laatste lus vast in de eerste lus zodat je een cirkel krijgt (zorg dat niets gedraaid zit)
Haak daarop 7 toeren, allemaal vasten.

Wanneer de 7 rondes gedaan zijn, haak je 30 lussen
en haak terug vast in het zesde gaatje en haak verder met vasten.

28 vasten

Terug 30 lussen en vastmaken in het zesde gaatje

Terug 28 vasten

Daarna haak je nog 9 rondes op de volgende manier:

onthoud twee zaken:

PUNT 1: verminder bij ELKE ronde telkens 4 keer op de plaats waar de mouw het voorpand scheidt. (= waar die 30 lussen beginnen en waar die eindigen, voor de linkse mouw en voor de rechtse mouw). En altijd op dezelfde plaats verminderen, want je ziet dat dat een schuine 'lijn' vormt tot boven.


PUNT 2: verminder om de zes steken één steek, zowel op de mouwen als voor en achterpand. Maar zorg dat het gelijk verdeeld is, dwz evenveel op elke mouw en evenveel op voor- als achterpand. Dit doe je om de 2 rondes. dus een ronde waarbij je vermindert en daarna een ronde allemaal vasten, terug een ronde verminderen, enz.
Belangrijk detail hierbij: Pin u niet vast op die 'om-de-zes', dat mag ook eens om de 5 als dat beter uitkomt, want wat je wil vermijden is dat je vermindert net voor of net achter die mouwlijn van punt 1.

Ik eindig met 45 steken. (En redelijk los, want daar moet een hoofdje door).


Voor kleinere maten: Hetzelfde maar dan met iets dunnere wol en ietsje minder verminderen, want een éénjarig hoofdje is eigenlijk niet zoveel kleiner dan een peuterhoofdje.

Voor grotere maten: Begin met méér lussen onderaan, 9 rondes vasten eerst, maak ook meer lussen voor de mouwopeningen (33 of 36) en steek die dan in het achtste gaatje ofzo. Op dezelfde manier verminderen, maar haak misschien nog wat extra rondes (11 ofzo). En ook niet te vast haken. Dat moet rekken langs onder en langs boven!!!


Nu het naaigedeelte:

Knip twee rechte lappen. De breedte is ongeveer 2 à 3 keer breder dan het gehaakte bovenstukje.
De lengte (van boven naar beneden bedoel ik) bepaal je zelf. Hang die lap eens voor uw kindje :))



Je legt de goede kanten op elkaar. Stik links en rechts toe. Nu heb je een koker. Naai gerust de zoom ook al.

Aan de bovenkant maak je allemaal kleine plooitjes. Dat hoeft allemaal niet vastgespeld en uitgemeten. Gewoon kleine plooitjes maken terwijl je erover stikt, random. De ene keer plooitje naar links, de andere keer naar rechts, maakt niet uit. Ga er gerust nog maar eens een toertje over zodat die plooitjes goed vast zitten.



Die bovenkant met plooitjes moet ongeveer 1,2 à 1,4 keer breder zijn dat de onderkant van het gehaakte stukje. Moet!!
Werk dat kantje af zodat het niet rafelt.


En nu is het tijd om die twee dingen aan elkaar te stikken. Speld nu de 2 stukken aan elkaar onder de mouwen en op een paar andere plekken, gewoon als referentiepunten.
Schuif het gehaakte stukje onder uw stiknaald door. En begin te stikken, door de wol en tegelijkertijd ook door de stof. Langs de goeie kant ook liefst.
Trek het gehaakte stukje goed uit terwijl je dat doet!! Dat is hét belangrijkste van heel dit jurkje: Alwaar wol en stof raken, moet je het rekbaar maken. Herhaal luidop 3 X om het niet te vergeten, want anders is alles voor niets geweest en kan uw kindje niet in het jurkje.


Na dit is het jurkje klaar!

En voor je het weet huppelt er, van een helling, in een wei vol mooie bloemen en duizend vlinders, een blij meisje met lange vlechten met jouw jurkje aan. Of iets minder melig.

donderdag 7 april 2011

superdefietsmuts



Dit is een heel gemakkelijke muts voor kindjes. Zeker voor op de fiets. Warm aan de oren. Past onder een fietshelm. Toe aan de hals en past perfekt rond de nek. Ze kunnen ze niet zelf aftrekken en weggooien op straat ook al niet. En ze hebben twee bloemetjes om mee te spelen.

Ik heb twee draden samengenomen van 4 dikte.

Begin bovenaan met drie lussen.
Maak de laatste lus toe aan de eerste zodat je een piepklein cirkeltje hebt.

Haak 12 vasten rond (dwz: steek uw haakpen IN het cirkeltje en haak vasten tot je rond bent).
En haak van dan af verder op de vorige steken.

1e ronde: telkens twee vasten en de 3de steek vermeerderen (dus dubbele vaste haken)
2e ronde: terug om de 3 steken vermeerderen.
3e ronde: alweer om de 3 steken vermeerderen
4e, 5e en 6e ronde: om de 5 steken, eentje vermeerderen
7e ronde: om de 7 steken vermeerderen
8e, 9e, 10e, 11e en 12e ronde: niets vermeerderen en allemaal vasten haken

Je zou nu 54 steken moeten hebben op één ronde.

Stop.

Keer uw werk om en haak nu terug (vanaf nu dus op en neer haken).

Haak 40 steken als volgt: (er zullen dan 14 steken onbehaakt (= voor het voorhoofd) blijven.

1e rij
1 lus - 6 vasten - 1 verminderen (= twee samenhaken) - 6 vasten - 1 verminderen - 5 vasten - 1 verminderen - 5 vasten - 1 verminderen - 6 vasten - 1 vermideren - 6 vasten

2e rij
1 lus - keer terug met allemaal vasten

3e rij
1 lus - allemmal vasten

4e rij
1 lus - begin met een dubbele vaste in de eerste steek
en eindig met een dubbele vaste in de laatste steek

5e rij
1 lus - dubbele vaste in eerste steek - 1 vaste - 1 verminderen - 8 vasten - 1 verminderen - 8 vasten - 1 verminderen - 8 vasten - 1 verminderen - 2 vasten - 1 dubbele vaste in laatste steek

6e rij
1 lus - allemaal vasten

7e rij
1 lus - allemaal vasten

8e rij
1 lus - dubbele in eerste steek - 2 vasten - 1 verminderen - 6 vasten - 1 verminderen - 6 vasten - 1 verminderen - 6 vasten - 1 verminderen - 3 vasten - dubbele in laatste steek

9e rij
1 lus - allemaal vasten

10e rij
1 lus - dubbele vaste in eerste steek - 3 vasten - 1 verminderen - 3 vasten - 1 verminderen - 4 vasten - 1 verminderen - 4 vasten - 1 verminderen - 3 vasten - 1 verminderen - 3 vasten - dubbele in laatste steek



EN DAN: in plaats van terug te keren, haak je nu gewoon verder (vasten) langs de voorkant van de muts (= je begint normaal gezien nu rechts onderaan de muts te haken)

Verminder hier en daar een steek, of sla ééntje over, vooral langs de zijflappen en in de twee hoeken aan het voorhoofd, omdat dat mutsje dan veel beter de ronding van het hoofd volgt en zo beter zal zitten ipv te slobberen vooraan.


...en het stopt niet hier, want....

zodra je links onderaan komt, op het puntje, DAAR haak je het eerste lintje (dwz dat je nooit moet draden doorknippen of stoppen: dit is een muts die je in één keer haakt van begin tot eind).



Waar waren we? Ah ja... lintje:

Haak 30 lussen en keer terug.

PAS OP: Om terug te keren, steek je NIET in de eerste lus, maar in de vijfde lus en haak van dan af allemaal vasten.

Zodra je terug aan uw mutsje aankomt, haak dan verder aan de onderkant van uw muts (de nek) en wanneer je bij het tweede puntje komt (rechts onderaan de muts), maak je het tweede lintje.

Hier ook 30 lussen, terugkeren in de vijfde steek en allemaal vasten.

En tenslotte, haak je nog eens de voorkant van de muts met vasten.

Ook hier twee keer in de hoeken, een steekje verminderen.


oef... (altijd kweetnietwat voor een uitleg pfieuw, maar het klinkt moeilijker dan het is, geloof me) :-)



NU de bloemetjes:

Onderaan de lintjes heb je nu telkens een openingetje.

Haak daarin met een ander kleur wol 14 vasten (ook hier moet je je haakpen IN het midden van het cirkeltje steken)
en haak de laatste vast aan de eerste.

Dan neem je nog eens een ander kleur wol (liefst heel dikke wol of stevige harde wol of 2 à drie draden samen nemen, want zo is de bloem ook stevig)

en die bloem die maak je als volgt:
1 vaste - 6 lussen - met een halfvaste terug in dezelfde steek vasthaken - dan een halfvaste in de volgende steek - nog eens een halfvaste in de daaropvolgende steek - en terug 6 lussen die je in dezelfde steek vasthaakt - enz...

Je zal wel zien: veel uitleg, maar eigenlijk poepsimpel!!